Applied History

(2020-07) De populariteit van klassiekers groeit gestaag. Volgens de BOVAG zijn er zo’n 205.000 auto’s ouder dan 30 jaar in Nederland geregistreerd. Dat zijn er nagenoeg evenveel als het aantal elektrische auto’s. Stuk voor stuk geven deze klassiekers een tijdsbeeld weer, waarin de stand der techniek, design, motorconfiguratie, cultuur, maar bovenal innovatie technologieën zichtbaar zijn. En daar kan de link worden gelegd naar de huidige tijd en huidige voorspellingen voor de toekomst. De historie van de auto zit vol met voorspellingen die veel te laat of geheel niet uitkwamen. Dat ligt echter niet primair aan de stand der technologie, maar veel meer aan benodigde investeringen en draagvlak. Er zijn nu auto’s te koop, die  buiten de bebouwde kom min of meer zelfrijdend zijn. In 1995 werd datzelfde niveau behaald in het Europese Eureka Prometheus zelfrijdende auto project. Een Mercedes S 500 kon automatisch binnen de lijntjes rijden én automatisch van rijbaan wisselen tot 180 km/uur. Nadat het project was beëindigd, kwam de verdere ontwikkeling van zelfrijdende auto’s in een vertraging.

Begin jaren zeventig waagde Mazda een dappere poging om de Verenigde Staten open te breken met hun (Wankel-) rotatiemotor. In 1970 werden in de VS middels de Clean Air Act Amendments strenge emissie-eisen aangekondigd. De HC-, CO-, en NOx-emissies moesten per auto in vijf jaar tijd met 90 procent worden verlaagd. De NOx-emissie van de Wankelmotor was laag vanwege de lage verbrandingspiektemperatuur. De hoge HC- en CO-emissies van de Wankelmotor konden eenvoudig met een naverbrander worden geëlimineerd. Door de beste analisten werd dan ook een marktaandeel voor de Wankelmotor in de VS in 1980 op 20 tot 60  procent geschat. Het werd 0,2 procent. Omdat de NOx milieu-eisen steeds weer werden uitgesteld, konden de Amerikaanse autofabrikanten hun producten aanpassen, waardoor een doorbraak van de innovatieve Wankelmotor uitbleef.  In het zicht van de strenge NOx-eisen verlaagden autofabrikanten o.a. de compressieverhouding, waardoor bepaalde auto’s vrijwel geen vermogen meer leverden en veel onverbrande benzine uitstootten. Om de stand der techniek van toen te illustreren: in het tijdschrift Quattroruote van augustus 1975 werd een AMC Pacer getest met een 4,2 liter 6 cilinder motor. De topsnelheid bedroeg 149 km/uur en het verbruik bij 130 km/u was 1 op 5,8.

Tijdens mijn presentaties over de toekomst van mobiliteit, stel ik vaak de vraag aan het publiek waarom de Wankelmotor niet het verwachte succes heeft gebracht. Steevast is het antwoord: een hoog benzine – en olieverbruik. Mijn visie is dat als van iedere 100 Euro onderzoeksgeld een dubbeltje wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van de Wankelmotor en € 99,90 in de conventionele verbrandingsmotor, dan valt of staat het succes met de investeringen en niet met de stand der techniek op dat ogenblik. Deze wetmatigheid geldt evenzeer voor de huidige alternatieve aandrijfvormen.

Afbeelding: Pixabay